Wat zei Jezus zelf eigenlijk?

//Wat zei Jezus zelf eigenlijk?

Wat zei Jezus zelf eigenlijk?

Je kent het wel…

Rondom een bepaald persoon is veel te doen. Er is veel aandacht, er gaan allerlei verhalen, en verschillende mensen hebben een mening over hem of haar.

Hoe kom je nu te weten wat waarheid is?

De beste manier is natuurlijk door het zelf te ontdekken. Je zoekt contact met deze persoon, je stelt je vragen, je luistert naar wat hij of zij zegt, om vervolgens te zien of dit klopt en hij of zij dit waarmaakt…

Over Jezus zijn er ook veel verschillende verhalen, maar wat is nu waarheid? welke verhalen over Hem kloppen? Waarom is Hij precies gekomen?

Bekijk 8 redenen die Jezus zelf gegeven heeft…

25 | En toen Jezus hen bij Zich geroepen had, zei Hij: U weet dat de leiders van de volken heerschappij over hen voeren, en de groten gezag over hen uitoefenen.
26 | Maar zo zal het onder u niet zijn; maar wie onder u groot wil worden, die moet uw dienaar zijn;
27 | en wie onder u de eerste wil zijn, die moet uw slaaf zijn,
28 | zoals ook de Zoon des mensen niet gekomen is om gediend te worden, maar om te dienen, en Zijn ziel te geven tot een losprijs voor velen.

> Lees het hele hoofdstuk

Leerlingen van Jezus hebben onenigheid over wie van hen de belangrijkste is…
Jezus haakt in op de situatie en legt uit dat hoe zei denken over ‘belangrijk-zijn’, totaal niet klopt (tegenovergesteld!) met Wie Gods is, én wat Hij belangrijk vindt! Ook verteld Jezus dat Hij niet naar de wereld gekomen is om gediend te worden, maar om te dienen!

Het leven van Jezus wordt gekenmerkt door het dienen van zijn naaste. Dit is bijzonder! In een wereld waar mensen zelfzuchtig zijn, maakt Jezus het verschil door te dienen…! Jezus is dus niet gericht op zichzelf maar op de belangen van anderen, én hier zet Hij zich ook voor in!

Dienen is het tegenovergestelde van hebzuchtig-zijn. Volgens de Bijbel is hebzucht de bron van alle kwaad. Als dit daadwerkelijk zo is (kijk om je heen, en beoordeel het zelf!), dan heeft Jezus door zijn manier van leven laten zien wat de oplossing is!

Uiteindelijk laat Jezus volmaakte dienstbaarheid zien doordat Hij zich onschuldig laat kruisigen. Door deze daad is er voor alle mensen vergeving én bevrijding van zonden mogelijk geworden!

9 | Ik ben de Deur; als iemand door Mij naar binnen gaat, zal hij behouden worden; en hij zal ingaan en uitgaan en weide vinden.
10 | De dief komt alleen maar om te stelen, te slachten en verloren te laten gaan; Ik ben gekomen, opdat zij leven hebben en overvloed.
11 | Ik ben de goede Herder; de goede herder geeft zijn leven voor de schapen.

> Lees het hele hoofdstuk

Jezus is in gesprek en gebruikt voorbeelden en vergelijkingen om duidelijk te maken met welk doel en verlangen Hij naar de wereld gekomen is!

Jezus vertelt…
Ik ben niet zoals een huurling, of iemand die geen herder is, van wie de schapen geen eigendom zijn. Want als er een wolf komt, slaat diegene op de vlucht, én laat de schapen verloren gaan omdat de schapen geen eigendom zijn. Maar Ik, Ik ben de Goede herder. Ik geef mijn leven voor de schapen (vers 11-13).

Dit zegt Hij ook in Lukas 15:4
Welk mens onder u die honderd schapen heeft en er één van verliest, verlaat niet zijn negenennegentig in de woestijn en gaat achter het verlorenen aan, totdat hij het vindt?

Ook ben ik niet zoals de dief die komt om de schapen te stelen, te slachten en verloren te laten gaan. Maar Ik ben gekomen om leven te geven en overvloed (vers 10).

Om de betekenis van leven en overvloed duidelijk te maken vertelt Jezus dat Hij de Deur van de schaapskooi, én de Goede Herder is.

De Deur naar het leven…
Jezus is de Deur van de schaapskooi (vers 9), als je door Hem binnengaat wordt je behouden en zal je het leven hebben. Dit maakt duidelijk:
1| Het is nodig om door Jezus binnen te gaan. Anders ben je verloren.
2| Door Jezus kun je behouden worden en het leven hebben!

Over dit leven heeft Jezus het in Joh. 5:24
Wie Mijn woord hoort en Hem gelooft Die Mij gezonden heeft, die heeft eeuwig leven en komt niet in de verdoemenis, maar is van de dood overgegaan in het leven.

Jezus heeft Zijn leven gegeven om ons te kunnen behouden en het leven te geven. Hij is De Goede Herder, en een goede herder geeft zijn leven voor de schapen. Hij heeft er alles voor over om jou te behouden, dit leven te geven.

De Goede Herder leidt in overvloed…
Jezus heeft het hier niet over materiële en financiële overvloed; dat je alles hebt wat je hartje begeert. Dat al je verlangens vervuld zijn. Jezus heeft het over de overvloed/volheid van de mate van leven! Dat je écht leeft; tot je bestemming komt.

Dit wordt duidelijk in vers 9: Wie door Jezus is binnengegaan en behouden, zal de veilige schaapskooi ingaan en uitgaan en weide vinden, zoals het schaap van de goede herder. (Denk na: Wat verlangt een schaap nog meer?)

In vers 10: De dief komt om stelen, zoekt zijn eigen verlangens, maar de Goede Herder niet. Hij is met Zijn hart betrokken en zoekt het beste voor zijn schapen… De goede Herder geeft Zijn schapen het leven en overvloed.

Dit is wat Jezus jou wil geven! Is dit al werkelijkheid in jouw leven? Het is tijd om binnen te gaan door Jezus, behouden te worden, en te leven vanuit het overvloedige leven van de Goede Herder!

Dan zal je weten en ervaren: De Heere is mijn herder, het ontbreekt mij aan niets. (Psalm 23).

17 | Denk niet dat Ik gekomen ben om de Wet of de Profeten af te schaffen; Ik ben niet gekomen om die af te schaffen, maar te vervullen.
18 | Want, voorwaar, Ik zeg u: Totdat de hemel en de aarde voorbijgaan, zal er niet één jota of één tittel van de Wet voorbijgaan, totdat het alles geschied is.
19 | Wie dan een van deze geringste geboden afschaft en de mensen zo onderwijst, zal de geringste genoemd worden in het Koninkrijk der hemelen; maar wie ze doet en onderwijst, die zal groot genoemd worden in het Koninkrijk der hemelen.
20 | Want Ik zeg u: Als uw gerechtigheid niet overvloediger is dan die van de schriftgeleerden en de Farizeeën, zult u het Koninkrijk der hemelen beslist niet binnengaan.

> Lees het hele hoofdstuk

27 | En hierna ging Jezus weg, en Hij zag een tollenaar, van wie de naam Levi was, in het tolhuis zitten en Hij zei tegen hem: Volg Mij!
28 | En hij stond op, liet alles achter en volgde Hem.
29 | En Levi bereidde voor Hem een grote maaltijd in zijn huis en er was een grote menigte van tollenaars en van anderen die met hen aanlagen.
30 | En hun schriftgeleerden en de Farizeeën morden tegen Zijn discipelen en zeiden: Waarom eet en drinkt u met tollenaars en zondaars?
31 | Maar Jezus antwoordde en zei tegen hen: Wie gezond zijn, hebben geen dokter nodig, maar wie ziek zijn.
32 | Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen tot bekering te roepen, maar zondaars.

> Lees het hele hoofdstuk

9 | En Jezus ging vandaar verder en zag iemand in het tolhuis zitten, die Mattheüs heette; en Hij zei tegen hem: Volg Mij! En hij stond op en volgde Hem.
10 | En het gebeurde, toen Hij in het huis van Mattheüs aanlag, zie, veel tollenaars en zondaars kwamen en lagen met Jezus en Zijn discipelen aan.
11 | En toen de Farizeeën dat zagen, zeiden zij tegen Zijn discipelen: Waarom eet uw Meester met de tollenaars en zondaars?
12 | Maar Jezus, Die dat hoorde, zei tegen hen: Wie gezond zijn, hebben geen dokter nodig, maar wie ziek zijn.
13 | Maar ga heen en leer wat het betekent: Ik wil barmhartigheid en geen offer; want Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen tot bekering te roepen, maar zondaars.

> Lees het hele hoofdstuk

14 | En Jezus ging verder en zag Levi, de zoon van Alfeüs, in het tolhuis zitten en zei tegen hem: Volg Mij! En hij stond op en volgde Hem.
15 | En het gebeurde, toen Hij in diens huis aanlag, dat ook veel tollenaars en zondaars met Jezus en Zijn discipelen aanlagen; want zij waren met velen en waren Hem gevolgd.
16 | En toen de schriftgeleerden en de Farizeeën Hem zagen eten met de tollenaars en zondaars, zeiden zij tegen Zijn discipelen: Waarom eet en drinkt Hij met de tollenaars en zondaars?
17 | En toen Jezus dat hoorde, zei Hij tegen hen: Wie gezond zijn, hebben geen dokter nodig, maar wie ziek zijn. Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen tot bekering te roepen, maar zondaars.

> Lees het hele hoofdstuk

44 | Jezus nu riep en zei: Wie in Mij gelooft, gelooft niet in Míj maar in Hem Die Mij gezonden heeft.
45 | En wie Mij ziet, ziet Hem Die Mij gezonden heeft.
46 | Ik ben een licht, in de wereld gekomen opdat ieder die in Mij gelooft, niet in de duisternis blijft.
47 | En als iemand Mijn woorden hoort en niet gelooft, veroordeel Ik hem niet, want Ik ben niet gekomen om de wereld te veroordelen, maar om de wereld zalig te maken.
48 | Wie Mij verwerpt en Mijn woorden niet aanneemt, heeft iets wat hem veroordeelt, namelijk het woord dat Ik gesproken heb; dat zal hem veroordelen op de laatste dag.

> Lees het hele hoofdstuk

34 | Denk niet dat Ik gekomen ben om vrede te brengen op de aarde; Ik ben niet gekomen om vrede te brengen, maar het zwaard.
35 | Want Ik ben gekomen om tweedracht te brengen tussen een man en zijn vader, en tussen een dochter en haar moeder, en tussen een schoondochter en haar schoonmoeder;
36 | en iemands huisgenoten zullen zijn vijanden zijn.
37 | Wie vader of moeder liefheeft boven Mij, is Mij niet waard; en wie zoon of dochter liefheeft boven Mij, is Mij niet waard.
38 | En wie zijn kruis niet op zich neemt en Mij navolgt, is Mij niet waard.

> Lees het hele hoofdstuk

51 | Denkt u dat Ik gekomen ben om vrede te brengen op de aarde? Nee, zeg Ik u, maar eerder verdeeldheid.
52 | Want van nu aan zullen er vijf in één huis verdeeld zijn, drie tegen twee en twee tegen drie.
53 | Zij zullen tegen elkaar verdeeld zijn: vader tegen zoon, en zoon tegen vader, moeder tegen dochter, en dochter tegen moeder, schoonmoeder tegen haar schoondochter, en schoondochter tegen haar schoonmoeder.

> Lees het hele hoofdstuk

39 | U onderzoekt de Schriften, want u denkt daardoor eeuwig leven te hebben, en die zijn het die van Mij getuigen.
40 | En toch wilt u niet tot Mij komen opdat u leven hebt.
41 | Eer van mensen neem Ik niet aan,
42 | maar Ik ken u: u bezit zelf de liefde van God niet.
43 | Ik ben gekomen in de Naam van Mijn Vader maar u neemt Mij niet aan. Als een ander komt, in zijn eigen naam, die zult u aannemen.
44 | Hoe kunt u geloven, u die eer van elkaar aanneemt en de eer van de enige God niet zoekt?

> Lees het hele hoofdstuk

42 | Jezus dan zei tegen hen: Als God uw Vader was, zou u Mij liefhebben; want Ik ben van God uitgegaan en gekomen. Want Ik ben ook niet uit Mijzelf gekomen, maar Hij heeft Mij gezonden.
43 | Waarom begrijpt u niet wat Ik zeg? Omdat u Mijn woord niet kunt horen.
44 | U bent uit uw vader de duivel, en wilt de begeerten van uw vader doen; die was een mensenmoordenaar van het begin af, en staat niet in de waarheid, want er is in hem geen waarheid. Wanneer hij de leugen spreekt, spreekt hij vanuit wat van hemzelf is, want hij is een leugenaar en de vader van de leugen.
45 | Maar Mij, omdat Ik de waarheid spreek, Mij gelooft u niet.

> Lees het hele hoofdstuk

35 | Jezus hoorde dat zij hem uit de synagoge geworpen hadden, en toen Hij hem gevonden had, zei Hij tegen hem: Gelooft u in de Zoon van God?
36 | Hij antwoordde en zei: Wie is Hij, Heere, zodat ik in Hem kan geloven?
37 | En Jezus zei tegen hem: Die u gezien hebt én Die met u spreekt, Die is het.
38 | En hij zei: Ik geloof, Heere! En hij aanbad Hem.
39 | En Jezus zei: Ik ben tot een oordeel in deze wereld gekomen, opdat zij die niet zien, zien zouden, en die zien, blind zouden worden.

> Lees het hele hoofdstuk

2016-09-26T21:17:09+00:00